- straf
- straf1{{/term}}〈de〉1 [m.b.t. een kind, een mindere] punition 〈v.〉2 [juridisch]peine 〈v.〉♦voorbeelden:1 een straf kwijtschelden • lever une punitionstraf stellen op iets • sanctionner qc.2 〈leger〉 een disciplinaire straf • une sanction disciplinairetot de maximale straf veroordeeld worden • être condamné au maximumeen zware straf • une peine sévèreeen straf opleggen • prononcer une peinezijn straf uitzitten • purger sa peine (en prison)op straffe van • sous peine de————————straf2{{/term}}〈bijvoeglijk naamwoord, bijwoord〉1 [streng] 〈bijvoeglijk naamwoord〉 sévère; 〈bijwoord〉 sévèrement2 [geconcentreerd; krachtig] 〈bijvoeglijk naamwoord〉 fort; 〈bijwoord〉 fortement3 [strak, stijf] 〈bijvoeglijk naamwoord, bijwoord〉 raide♦voorbeelden:1 straffe taal • langage sévèreiets straf aanpakken • ne pas y aller de main morte2 straffe koffie • du café fort
Deens-Russisch woordenboek. 2015.